Bart ook bloggen
vrijdag, maart 24, 2006
Aan de kust van de Noordzee zit op het natte zand een meisje.
Het is een meisje, zo jong dat ze je met haar glimlach van melktandjes niets dan vertederen kan.
De wind danst door haar haren.
Het is een fijne dag. De zon bruint haar lichaam. Ze geniet van de warmte en de wind, nog te jong om zich zorgen te maken over roodverbrandde schouders.
De zee rolt met donkere koppen naar voren.
Het lijkt alsof de golven over elkaar heen klauteren om zo gauw mogelijk bezit te kunnen nemen van het strand.
Het water is donker en bruin.
Ja, rond de Middellandsezee is ze mooier. Het is hetzelfde water, maar daar heeft ze een schoonheid. Hier is ze ruw en donker.
Ze tilt haar emmertje op en bekijkt de nieuwe toren van haar kasteel.
Ze is er content mee. De toren staat zoals de toren hoort te staan.
Met haar blauwe schepje vult ze opnieuw het emmertje.
Ze creëert haar eigen wereld.
Een fijne wereld waar het goed is.
Zou er een prinses wonen in het kasteel? Of is het scheppen van haar eigen idyllische wereld genoeg en hoeft er verder niets aan toegevoegd te worden?
Met een twijfelloze zekerheid plaatst ze haar emmer weer ondersteboven en creëert zo midden bovenop haar kasteel een volgende toren.
“Myrthe, komen, de vloed komt er aan, we gaan zo naar huis.”
Het meisje kijkt op en zonder bedenking rent ze met haar schep en emmertje naar haar moeder.
Ze kijkt achterom en ziet nog een maal haar mooie kasteel.
De zee dendert verder.
De golven komen hoger en hoger.
En niet lang nadat het meisje vertrokken is loopt het water voor het eerst in z’n geheel om het kasteel heen.
Ze spoelt tegen de poorten en zuigt aan de muren.
De eerste toren helt al scheef.
En zo, onstopbaar door zijn overweldigende massa neemt de bruine vloed bezit van het land van het kleine meisje.
-Hoe treurig nieuws inspiratie kan zijn-
~
